Archive for februari 2008
Droge beken
Iemand vertelde me ooit eens over een vakantie in het gebied van Jordanie en Israel. Ze ging rondtrekken voor een tijdje. Ze ging in een periode die eigenlijk niet werd aangeraden door reisbureau’s. Het was net het eind van de droge periode. Het gevaar was dat er plotseling water van de bergen naar beneden raasde. Kolkend en razendsnel zou dat water dan de rivierbeddingen vullen die maandenlang droog hadden gestaan. Als je op die plek zou staan, dan was er geen ontkomen meer aan. Je zou onherroepelijk worden meegesleurd met alle gevolgen van dien…
Toen ik dit verhaal voor het eerst hoorde, deed het me erg denken aan een tekst die veel indruk op me maakt. Het staat in psalm 126 vers 4 (zoals vertaald in mijn GrootNieuwsBijbel).
“Heer herstel ons in oude glorie, zoals de regen de droge beken vult”
Deze tekst gaat eigenlijk over Gods volk wat in ballingschap is en naar God roept om een wonder, een ommekeer, een terugkeer naar de oude status.
Misschien is het wat anders, en is het niet helemaal (theologisch) juist om dit op je geloofsleven of je gevoelsleven toe te passen. Maar soms is dit mijn gebed. Die tijden dat ik de intimiteit met God mis, dat ik me erg druk maak om veel te veel dingen en dat mijn Bijbel te lang ergens in een hoekje ligt… De tijden dat ik mezelf voorbij ren, dat ik niet echt meer tot rust kom en dat ik me eigenlijk niet bijster gelukkig voel…
Voordat ik het verhaal over die rivieren kende, dacht ik dat dit gebed ging over een stroompje wat langzaamaan weer terrein won. Langzaam zou dan de vruchtbaarheid weer terugkeren in dat droge gebied. Maar dit gebed is veel krachtiger dan ik dacht. De oude glorie zal terugkeren in de droge beekbeddingen, als een onverwachte en krachtige stroom water. Wilt u me herstellen in oude glorie? Zoals de regen ineens de droge beken kan vullen met een kolkende stroom?
Add comment februari 3, 2008
Een zoete gedachte
Laatst had ik een aangrijpende ontmoeting. Ik sprak met een man. Hij had alles bereikt in het leven. Hij was laag begonnen, had heel lang buiten, tussen de dieren gewerkt, maar op een bijzondere manier was hij opgeklommen. Uiteindelijk had hij bijna de hoogst mogelijke functie bereikt. Hij sprak dagelijks met allerlei hoogwaardigheidsbekleders. Ook in de de liefde was hij succesvol. De vrouwen liepen achter hem aan. Hij had vele liefdes gehad.
Zelfs zijn relatie met God was er één waar velen jaloers op zouden staan. Hij stond op vertrouwelijke voet met God. Hij dichtte veel liedteksten over Gods goedheid. En God genoot van zijn leven.
Maar wat hij mij vertelde ging niet over succes en geluk. Hij vertelde me dat hij zich ellendig voelde en dat niemand hem begreep!
“God is boos op me, hij wil me straffen, en Hij heeft groot gelijk. Ik voel me schuldig over wat heb gedaan in mijn leven. Maar ook vooral om alles wat ik niet heb gedaan, maar wel had moeten doen. Ik ben tekort geschoten. Gods toorn is terecht. Het voelt alsof Hij pijlen op me afschiet die me diep raken en zijn hand rust zwaar op mijn leven.
Ik ben moe, ik heb geen sprankje energie meer in mijn lijf. Als ik maar iets doen ben ik uitgeput. Het zijn mijn zonden die me hebben afgebroken. Er ligt een deken over mijn leven, een klamme deken en ik kan em niet van me afschudden. Ik weet niet hoe ik het zo ver heb kunnen laten komen dat ik zo veel schuld heb: schuld aan mijn ouders, mijn kinderen. Ik heb een afkeer van mezelf! Wie wil mijn gezelschap nu nog?!
Ik kan alleen nog maar naar de grond kijken. Soms probeer ik me op te richten, maar het lukt niet. Mijn ogen gaan vanzelf weer naar de grond. Ik heb ook geen zin meer om me fatsoenlijk te kleden en te scheren. Het kan me niks schelen. Wat is er nog van me over? Ik ben doodziek, ik heb overal pijn en ik heb telkens hartkloppingen. Dan denk ik dat ik dood ga en dat is een zoete gedachte.
Ik weet dat de Heer mijn roepen hoort. Maar hoe lang zal Hij nog over me heen kijken en me vergeten? Ik maak er naar God toe geen geheim van dat ik dit geen leven vind. Hij kent mijn verlangens, maar lijkt er niet echt haast me te maken om me te helpen. Als hij lang wacht hoeft het niet meer. Mijn krachten laten me steeds meer in de steek en mijn ogen zijn dof geworden.
Mijn beste vrienden zie ik ook nooit meer. Ze zijn bang voor wat ik je nu vertel. Ze weten er niet mee om te gaan. Wat moeten ze met iemand die het leven niet meer ziet zitten? Bovendien ben ik onaangenaam gezelschap. Ik heb nergens meer zin in. Niets van wat we vroeger samen deden kan me boeien. Eigenlijk had ik altijd al verwacht dat ze weg zouden lopen als ze echt zouden weten wie ik ben. Die tijd is er nu.
Ondertussen weten mijn vijanden me te vinden: demonen lokken mij in de val van de donkerheid. En ik kom er niet meer uit. Leugens plakken aan me vast en trekken me naar beneden. De waarheid lijkt zo ver weg. Waar is de tijd dat ik daar aan vasthield en Gods liefde voelde?
Ik ben met stomheid geslagen, ik doe net of ik doof ben. Ik wil niets horen, ik wil alleen maar rust. Wat valt er nog te zeggen. Mijn leven is mislukt, ik val mezelf tegen. Ik zie niet hoe het ooit nog goed zal komen. De glans is van het leven af. Ik weet niet waar de kleur van de lucht gebleven is en de helderheid van de zon. Alles is grijs, niet de moeite om voor op te staan.
Maar ik blijf tot mijn God roepen, ik hoop op Hem, tegen alle donkerheid in, tegen beterweten in ook misschien… Ik wil niet dat mijn vijanden om me lachen en me zien mislukken. Als God niet snel komt zal ik de ondergang vinden, voor altijd verdoemd. Het zijn mijn zonden die me zo in de problemen hebben gebracht.
Iedereen om mij heen is sterk en succesvol. Ik ben de enige mislukkeling. Vooral iedereen die zonder God leeft, heeft het goed. Soms vraag ik me af of ik mezelf mijn eigen god heb voorgespiegeld. Dat het één grote leugen blijkt te zijn. Toch roep ik tot God: verlaat mij niet! haast U om mij te helpen! U bent toch mijn redding??”
Ik moet zeggen dat ik behoorlijk schrok van dit verhaal. Deze man ging gebukt onder somberheid, hij zag het leven niet meer zitten. De dood klonk hem als zoet in de oren, zoals hij zelf zei. Ik heb hem doorgestuurd naar professionele hulp! Het gaat me aan het hart hem zo te zien. Ik bid dat God hem op zal richten. Dat hij opnieuw hoop zal krijgen.
1 comment februari 3, 2008